Betere prediking

In het ND van 29 november 2003 schreef dr. James Kennedy een artikel onder de titel "Preken én gemeenschap". In dat artikel vraagt hij om betere prediking én om een kerk die een warme gemeenschap is. Ik wil zijn oproep graag onderstrepen. Wat de prediking betreft, gingen mijn gedachten naar de rede die ds. B. Holwerda in 1942 voor de gereformeerde predikantenvereniging hield (gepubliceerd in "…Begonnen hebbende van Mozes…"). Holwerda betoogde onder meer, dat er over de Bijbel niet als een verzameling losse teksten, maar als een samenhangend geheel moet worden gepreekt. Holwerda was daarom voorstander van de zogeheten heilshistorische prediking. Bij die methode wordt wat in de tekst beschreven is, in het grotere geheel van de heilsgeschiedenis geplaatst. Een probleem van deze methode is echter dat de prediking niet zo zeer over de tekst zelf als wel over de heilshistorie handelt. De tekst is als het ware slechts een venster op de heilsgeschiedenis.

Dr. Sidney Greidanus heeft in zijn proefschrift uit 1970 Sola Scriptura. Problems and principles in preaching historical texts benadrukt dat niet de feiten, maar de tekst voorwerp van prediking moet zijn. Deze tekst zegt iets, is een boodschap van God voor ons. Elke tekst heeft slechts één hoofdgedachte, die weergegeven kan worden in de vorm van een bewering. Deze bewering is het thema van de tekst. "De geschiedenis van 's mensen val" is dus geen goed thema van een preek. Het is geen bewering, het zegt niets.

Hoe kom je er achter wat de hoofdgedachte van de tekst is? Het antwoord op die vraag geeft Greidanus in zijn in 1988 verschenen boek The modern preacher and the ancient text. Interpreting and preaching Biblical literature. In dit belangrijke werk wijst hij er op dat structuuranalyse (door Greidanus als "rhetorical criticism" aangeduid) helpen kan om de hoofdgedachte van een tekst op te sporen. We moeten er dan bijvoorbeeld op letten of een bepaald woord of begrip steeds herhaald wordt. Als dat zo is, geeft deze herhaling de richting aan waarin we de hoofdgedachte van de tekst moeten zoeken. Een andere mogelijkheid is om te zoeken naar concentrische structuren, zoals structuren van de vorm A B C B'A'. De kerngedachte, de gedachte waar alles om draait, is vaak te vinden in het centrum (C) van een dergelijke structuur. Verder moet bij het formuleren van het thema bedacht worden dat het thema van de preek niet exact gelijk hoeft te zijn aan het thema van de tekst. Het thema van de tekst bevat de boodschap voor de eerste lezers. De prediker moet deze boodschap doortrekken naar de wereld van vandaag.

Met de weg die Greidanus wijst is het mogelijk om te komen tot een prediking die:

  1. de samenhang ontvouwt,
  2. de tekst laat spreken,
  3. de mensen echt iets zegt.

Albert Welleweerd