Reactie op "Ons ten voorbeeld geschied"

Het begint er zo langzamerhand op te lijken, dat het prof. Trimp met zijn vorig jaar verschenen boek over de heilshistorische prediking (C. Trimp, Heilsgeschiedenis en prediking, hervatting van een onvoltooid gesprek, Kampen: Van den Berg, 1986) inderdaad gelukt is om het gesprek over deze materie weer op gang te brengen. Na de bespreking van dit boek door prof. Kamphuis in De Reformatie in januari van dit jaar (J. Kamphuis, Heilsgeschiedenis en prediking, Ref. 62/14 (10 jan. 1987), volgde dr. R.H. Bremmer met een tweetal artikelen in het kerkblad voor Overijssel enz. (R.H. Bremmer, Kritiek gewogen I-II, Gereformeerd Kerkblad 40/7-10 (15 aug. - 5 sept. 1987). Hoewel Bremmer op bepaalde onderdelen de kritiek van Trimp moet toestemmen, is hij ook van mening dat op andere onderdelen Trimps kritiek geen recht doet aan wat Holwerda en Van 't Veer voor ogen stond.

In aansluiting aan wat Trimp is zijn boek over het "exemplum"geschreven heeft, schreef dr. N.H. Gootjes in De Reformatie een viertal artikelen over het voorbeeld in de prediking onder de titel "Ons ten voorbeeld geschied" (N.H. Gootjes, "Ons ten voorbeeld geschied" I-IV, Ref. 62/48 - 63/2 (19 sept. - 10 okt. 1987). In zijn bijdrage aan de discussie gaat dr. Gootjes in op verschillende vormen van voorbeeld in de Bijbel. Het komt echter niet goed uit de verf, wat dat nu precies betekent als Paulus in 1 Kor. 10 schrijft: deze gebeurtenissen zijn ons ten voorbeeld geschied.

Om dat duidelijk voor ogen te krijgen is het goed om niet enkel de blik te richten op de in de veertiger jaren gevoerde discussie. Als het over heilsgeschiedenis en typologie gaat, kunnen we naast de publicaties van Goppelt en Holwerda ook veel leren van de paaspreken in de Oude Kerk. Omdat er in het begin naast het paasfeest nog geen andere feesten waren, kwam op pasen de gehele heilsgeschiedenis vanaf de schepping tot aan de wederkomst aan de orde. Daarbij vormde de typologische exegese een wezenlijk bestanddeel van de paaspreek (R. Cantalamessa, Ostern in der Alten Kirche, Bern/Frankfurt a.M./Las Vegas: Lang, 1981 (Traditio Christiana IV), p. XIII). Dat laatste blijkt wel duidelijk uit de paaspreek van Melito van Sardes (tweede eeuw). Een vertaling van deze paaspreek is opgenomen in: C. van der Waal: Het Pascha van onze Verlossing, de Schriftverklaring in de paaspreek van Melito van Sardes als weerspiegeling van de confrontatie tussen kerk en synagoge in de tweede eeuw, Johannesburg: de Jong / Franeker: Wever, 1979, pp. 165-196.

In deze preek over Ex. 12:1-42 verkondigt Melito niet alleen dat de verlossing uit Egypte voorafbeelding (typos) van de bevrijding uit de slavernij van de duivel is, het legt zijn hoorders ook uit waarom dat zo is. Nadat Melito geschetst heeft hoe Egypte door de verderfengel geslagen, maar IsraŽl door het bloed van het paaslam gered werd, stelt hij dat dit alles geen betekenis heeft als er niet een diepere zin aanwezig is: "Niets betekent, o geliefden, wat gezegd en geschied is, wanneer men het niet met een raadselspreuk en een ontworpen plan in verband kan brengen" (Peri Pascha 35).

Melito wijst dan op een verschijnsel uit het dagelijks leven. Voordat een gebouw gerealiseerd wordt, wordt er eerst een maquette gemaakt (Peri Pascha 36). In die maquette zie je al hoe het bouwwerk er later uit zal gaan zien. (Zie in dit verband ook: C. van der Waal: Het Nieuwe Testament: Boek van het Verbond, Goes: Oosterbaan & le Cointre, 1978, pp. 7-27). We kunnen hierbij ook aan andere modellen denken. Uit mijn eigen vakgebied zijn de simulatiemodellen te noemen, waarmee het gedrag van bestaande of nog te bouwen technische systemen kan worden nagebootst. D.m.v. zo'n model kun je voordat het gerealiseerd is al heel wat over het te bouwen systeem leren.

Zoals het is in het dagelijks leven - aldus Melito - zo is het ook in de heilsgeschiedenis: "Immers de verlossing door de Here en de verwerkelijking ervan zijn onder het volk tevoren afgebeeld, en de ordinanties van het evangelie zijn door de wet tevoren verkondigd" (Peri Pascha 39). Melito past dit dan toe op het lijden van Christus: "Vroeger had de Here echter vantevoren een ontwerp opgesteld van Zijn eigen lijden in patriarchen en in profeten en in geheel het volk, terwijl Hij door wet en profeten dit als met Zijn zegel bevestigde" (Peri Pascha 57). Door te kijken naar dat ontwerp zie je het eindresultaat als voor je:
Wanneer gij derhalve de verborgenheid des Heren wilt zien,
let dan op Abel die eveneens vermoord werd,
op Izašk die eveneens aan handen en voeten gebonden werd,
op Jozef die eveneens verkocht werd,
op Mozes die eveneens uitgebannen werd,
op David die eveneens vervolgd werd,
op de profeten die eveneens om de Christus leden.
En let ook op het schaap, in het land Egypte geslacht,
en op Hem, die Egypte sloeg
en IsraŽl verloste door het bloed.
(Peri Pascha 59-60)

Samenvattend kunnen we stellen, dat we onder het oude verbond te maken hebben met modellen of ontwerpen van het nieuwe verbond. Nu kan een model op twee manieren een nuttige functie vervullen. Een model kan voor de bouwer noodzakelijk zijn als tussenstap om wat hem voor ogen staat te kunnen realiseren. Een model kan echter ook gebruikt worden om anderen de werking of de constructie van het gebouwde uit te leggen. Vanzelfsprekend hoeft God niet eerst modellen te maken om Zijn werk te kunnen realiseren. De conclusie moet dus zijn dat de modellen onder het oude verbond gegeven zijn om ons iets over het nieuwe verbond te leren. En precies dat staat in 1 Kor. 10: "Deze gebeurtenissen zijn ons ten voorbeeld geschied, opdat wij geen lust tot het kwade zouden hebben, zoals zij die hadden." Daarmee is ook de vraag naar de zin van het oude verbond als voorlopige bedeling beantwoord.

We moeten er hierbij op letten, dat er niet staat, dat we deze gebeurtenissen als voorbeeld kunnen gebruiken, maar dat ze ons ten voorbeeld zijn geschied (J. van Bruggen, Het lezen van de bijbel, een inleiding, Kampen: Kok, 1981, p. 133). Typologische verklaring van het Oude Testament geeft dus niet een actualiserende interpretatie van de O.T.-ische gebeurtenissen in het licht van de N.T.-ische, maar legt de eigenlijke betekenis van het Oude Testament bloot. Vandaar de vanzelfsprekendheid waarmee in het Nieuwe Testament de lijdenspsalmen op Christus worden betrokken.

Zo opent het Oude Testament zich voor ons als leerboek van de kerk. Het is veel theologen opgevallen dat het N.T. zich veel minder uitvoerig over het verbond uit dan het O.T. Dat komt niet, doordat het N.T. minder verbondsmatig zou zijn, maar doordat in het O.T. al te lezen valt wat het verbond is en hoe God daarin met Zijn volk omgaat. In het oude verbond zien we al het nieuwe, ook al is de glans dan nog veel minder. Hetzelfde geldt t.a.v. de profeten, de priesters en de koningen onder het oude verbond. In deze ambtsdragers zien we al Jezus in Zijn drievoudig ambt van Profeet, Priester en Koning. En zo zou ik verder kunnen gaan, maar dat laat ik liever aan de lezer over...

Daarmee ben ik bij mijn laatste punt gekomen. De discussie heeft zich steeds geconcentreerd op het punt van de heilshistorie in de prediking. Historisch gezien is dat wel begrijpelijk. Holwerda sprak voor een predikantenvereniging en Van 't Veer schreef in een boek over de Dienst des Woords. We moeten echter bedenken dat het heilshistorisch-typologisch lezen van het O.T. niet alleen voor de prediking van belang is. Het is evengoed van belang als we de psalmen zingen (verstaat u wat u zingt?), als we in verenigingsverband aan bijbelstudie doen en als de juf op de basisschool uit de Bijbel vertelt... In al deze gevallen is het van belang dat in de modellen, schaduwen en voorafbeeldingen onder het oude verbond de vervulling en de heerlijkheid daarvan onder het nieuwe verbond gezien wordt.

Nog eenmaal Melito:
Want oud Ťn nieuw is de verborgenheid des Heren,
oud wat de voorafbeelding betreft,
doch nieuw wat de genade betreft.
Maar wanneer gij kijkt naar de voorafbeelding,
ziet gij de verwerkelijk in het het eindresultaat.
(Peri Pascha 58)
En de predikant die dat ziet, kan er ook over preken.

Albert Welleweerd

Homepage van Albert, Bep, Harm en Jaap Welleweerd