Wereldgelijkvormigheid

In het ND van zaterdag 18 oktober 2003 stond een verslag van een door het RD georganiseerde discussieavond over jongeren en media. Uit het verslag spreekt de zorg die de inleiders en de gespreksleider hebben over het gebruik van films en andere wereldse media door reformatorische jongeren. Tegelijk krijg je de indruk dat ze de jongeren niet bereiken. Ik denk dat dat komt doordat men teveel aan de oppervlakte blijft. Als we het over wereldgelijkvormigheid hebben, moeten we niet in uiterlijkheden blijven steken, maar dieper afdalen. Ook als je een hekel hebt aan popmuziek, nooit een film bekijkt, geen gebruik maakt van internet en nooit een verkeerd boek leest, kun je gelijkvormig zijn aan het schema van deze wereld. Het gaat namelijk niet in de eerste plaats om de vraag waar je je ontspanning in zoekt, maar om de vraag: voor wie leef je? Voor jezelf? Of voor Hem die voor ons "gestorven is en opgewekt" (2 Kor. 5:15)? In het eerste geval ben je wereldgelijkvormig, ook al probeer je nog zo je best te doen om de moderne media te mijden. In het tweede geval ben je radicaal anders dan de wereld en zal de Geest je leren de juiste keuzes te maken, ook in de omgang met moderne media.

Aan het einde van de discussieavond stelde ouderling Visser de vraag: "Geloof jij dat je voor God kunt staan als je Radio 538 hebt geluisterd? Als hij ten overstaan van miljarden jouw levensboek opent en het stap voor stap met je doorneemt?" Volgens mij wordt hier een geheel verkeerde voorstelling van zaken gegeven. Het is waar dat de ongelovigen bij het laatste oordeel zullen sidderen als het boek van hun leven geopend wordt en hun zonden worden opgesomd. Maar de gelovigen hoeven daar niet bang voor te zijn. Want David zegt: "Gelukkig de mens van wie een misstap is vergeven en van wie de zonde is toegedekt. Gelukkig de mens wiens zonde Jahweh niet aanrekent" (Ps. 32:1–2). Als God je een zonde niet aanrekent, dan staat die ook niet in het boek waarin je leven is beschreven. Die zonde is toegedekt, is dus niet meer zichtbaar. Omdat Jezus voor de zonden heeft betaald, rekent God je je zonden niet toe als je in Hem gelooft. Dan is het voor Hem alsof je die zonden nooit hebt gedaan. Ze zijn uitgewist (Ps. 51:11). De gelovigen zullen bij het laatste oordeel niet beschaamd staan, maar "juichen van vreugde" (1 Petr. 4:13). Dat kunnen we ook nu al doen, als we beseffen dat bij het laatste oordeel niet onze verkeerde daden, maar alleen onze goede daden worden opgesomd. En die goede daden, die God eerst zelf in ons bewerkt heeft, — want Hij is het die zowel het willen als het werken in ons werkt (Fil. 2:13) — wil God dan ook nog uit genade belonen! Is het een wonder dat het psalmboek eindigt met louter lof en dat in veel opwekkingsliederen de lofprijzing centraal staat? Wat kunnen we anders doen dan Gods grootheid en goedheid loven en prijzen, en heel ons leven aan Hem wijden?

Albert Welleweerd

Homepage van Albert, Bep, Harm en Jaap Welleweerd