Nucleaire sluiproute Iran via Noord-Korea

Bas Belder

Door Bas Belder (foto) en Walter van Luik

Reformatorisch Dagblad, 26 februari 2016.

De westerse wereld heeft veel te weinig oog voor het dreigende gevaar van de nucleaire samenwerking van Iran met Noord-Korea, betogen Bas Belder en Walter van Luik.

De hoge vertegenwoordiger van de EU, Federica Mogherini, wordt niet moe om de recente nucleaire deal met Iran te vieren als een groot diplomatiek succes. Wat zij – en velen in het Westen met haar – compleet over het hoofd ziet, is dat er andere wegen zijn voor de Islamitische Republiek om haar nucleaire wapenprogramma onverminderd na te streven. Niet alleen buiten de deal om, maar ook nog eens buiten de eigen landsgrenzen! Irans nucleaire sluiproute loopt om plausibele redenen via Noord-Korea.

Welbeschouwd ligt een nucleaire militaire as tussen Teheran en Pyongyang voor de hand. Wat is er immers aangenamer voor Iran dan te blijven profiteren van de nucleaire ontwikkelingen in Noord-Korea en wellicht zelf in deze gesloten staat nucleaire activiteiten te ontplooien? De ideale achtertuin voor kernwapen­experimenten.

Irans keuze voor deze route naar de felbegeerde status van kernwapenmacht is vanuit strategisch oogpunt perfect. Pyongyang levert Teheran de noodzakelijke technologie en bekommert zich slechts om de geldelijke vergoeding. Zie voor deze nucleaire samen­werking de identieke coöperatie tussen Noord-Korea en Syrië. "Er is al bewijs voor Iraans-Noord-Koreaanse samenwerking op het gebied van ballistische raketten", argumenteren de Israëlische experts Emily Landau en Alon Levkowitz. "Dat geldt evenzo voor coöperatie met implicaties op nucleair terrein", zo vullen zij aan.

Rakettechnologie

En dan is er, zeker niet onbelangrijk, een decennialange geschiedenis van veiligheidsbetrekkingen tussen Iran en Noord-Korea. Die vingen aan in de jaren tachtig tijdens de Eerste Golfoorlog tussen Iran en Irak. Sindsdien hebben Teheran en Pyongyang de samenwerking bij de ontwikkeling van raketten en later ook op nucleair gebied voortgezet en uitgebreid.

Nog geen vier jaar geleden bijvoorbeeld, in september 2012, sloten Iran en Noord-Korea een akkoord over technologische en wetenschappelijke samenwerking. En luttele jaren later vormden deze twee partners in regionale destabilisatie het "antihegemonistische front". Tegen wie dat precies gericht was, laat zich gemakkelijk raden.

Intussen hielden beide strikt antiwesterse staten nauw voeling met elkaar door de wederzijdse uitwisseling van topspecialisten op de gebieden van kernenergie en rakettechnologie. In deze uitwisseling was trouwens Assads Syrië inbegrepen.

Deze officiële delegaties en de uitwisseling van wetenschappers laten de breedte zien van de betrekkingen tussen Iran en Noord-Korea. Ten bewijze: Noord-Koreaanse rakettechnologie vond haar praktische toepassing op Iraanse Shahabraketten. En een mislukte rakettest in Syrië kostte veelzeggend genoeg niet alleen Syrische experts het leven, maar tegelijkertijd ook dat van Iraanse en Noord-Koreaanse specialisten.

Weinig inlichtingen

Analisten geven ruiterlijk toe dat het moeilijk is de precieze reikwijdte van de nucleaire samenwerking tussen Teheran en Pyongyang te kennen. Harde feiten boven water halen valt westerse inlichtingendiensten in deze geheimzinnige landen logisch genoeg zwaar. Daarbij komt dat inlichtingendiensten soms wel degelijk over bewijzen beschikken, maar dat deze politiek gezien ongelegen komen. Landau en Levkowitz wijzen hier naar de terughoudendheid van Amerikaanse inlichtingendiensten. Hun bevindingen zouden de nucleaire onderhandelingen met Iran in gevaar hebben gebracht!

Desalniettemin is het welbekend dat Iraniërs aanwezig waren bij Noord-Koreaanse nucleaire en rakettesten. Hetzelfde gaat op voor de Noord-Koreaanse betrokkenheid bij de bouw van een kernreactor in Syrië die in 2007 is gebombardeerd. We mogen veilig aannemen dat Iran volledig op de hoogte was van deze connectie en wellicht ook zelf deelnemer.

De feiten spreken hier voor zich: Noord-Korea verkoopt zijn nucleaire knowhow en installaties aan de hoogste bieder. Misdadig economisch wanbeleid en gespannen relaties met Peking nopen Pyongyang daartoe. Dé kans voor Teheran om zich ogenschijnlijk aan de afspraken van de nucleaire deal te houden en tegelijkertijd via de Noord-Koreaanse achterdeur de nucleaire aspiraties te verwezenlijken.

Waarom wordt er in de wereldpolitiek – met de borstkloppers van de nucleaire deal voorop – geen enkele aandacht besteed aan deze gevaarvolle ontwikkeling: de nucleaire as Iran-Noord-Korea? Zijn ze blind of houden zij zich zo? In elk geval zijn er naar aanleiding van Noord-Korea’s vierde nucleaire test (begin januari) en Pyongyangs recente satelliet­lancering vragen gesteld door Amerikaanse Congresleden aan Obama’s adres over de nucleaire samenwerking tussen Iran en Noord-Korea. Wat weten de Amerikaanse president en diens entourage daarvan?

Vanuit onze parlementaire verantwoordelijkheid gaan wij EU-buitenlandcoördinator Mogherini bevragen op de Noord-Koreaanse nucleaire uitbraakoptie van haar Iraanse onderhandelingspartners. Het is immers hoog tijd dat zij en haar westerse medeonderhandelaars terugkeren naar de harde internationale realiteit van een Noord-Koreaans-Iraanse nucleaire samenwerking die verontrustend veel wegheeft van een regelrechte samenspanning.

De auteurs zijn lid respectievelijk politiek adviseur van de commissie buitenlandse zaken van het Europees Parlement.